Categorieën
Over schrijven

Het verschil tussen helder en simpel

Als je schrijft moet je de wanorde in je hoofd verhelderen – niet versimpelen. Maar kan dat altijd?

Jaren geleden wilden Marjan en ik de literatuurwetenschapper Gayatri Chakravorty Spivak interviewen voor ons studentenblad Briljantine, voor haar en hersens. Spivak weigerde, om principiële redenen. Haar argument: een interview kon nooit recht doen aan haar ideeën. Wie die wilde leren kennen, moest daarvoor echt haar boeken lezen. Een versimpeling stond ze niet toe.

Witte overhemden
Ik moest aan Spivak denken toen ik laatst een interview met Deleuze las in het boekje Rizoom, gehouden in 1977. Hem wordt gevraagd wat hij van de nieuwe filosofen vindt, zoals BHL (Bernard-Henry Lévi), die toen al bekend stond om zijn witte overhemden en om de zwier waarmee hij als filosoof standpunten innam in het Franse publieke debat.

Deleuze antwoordt: ‘Niets. Ik vind hun denken waardeloos.’ En waarom? Deleuze stelt dat de populaire filosofen als het ware vóór de ideeën gaan staan. ‘Hoe magerder de inhoud van het denken, des te belangrijker de denker wordt.’

Een tweede bezwaar: net nu – we spreken over zo’n 35 jaar geleden – filosofen proberen op subtiele manieren te beschrijven dat ideeën nooit van één persoon zijn, keren publieksfilosofen terug naar het concept van ‘de auteur’. Deleuze noemt het zelfs reactionair: ‘Deze massale terugkeer naar de auteur, of naar het lege, verwaande subject, en naar de bondige stereotype concepten, vertegenwoordigt een kwalijke reactionaire kracht.’

Iedereen journalist?
Zijn derde bezwaar heeft ook te maken met de vorm waarin ideeën voor een breder publiek worden beschreven: ‘De intellectuelen en de schrijvers, zelfs de kunstenaars, worden aangespoord om journalist te worden, mits zij zich willen conformeren aan de normen. Dit is een nieuwe manier van denken, het interview-denken, het vraaggesprek-denken, het minuut-denken. Het beeld van een boek berust op een krantenartikel, niet meer omgekeerd.’ Tot zover Deleuze.

Hier zie ik een dilemma terugkeren dat me al tijden bezighoudt. Er zijn heel veel ingewikkelde zaken die je best helder kunt uitleggen, zonder dat je de kern ervan verliest. Zoals Einstein al zei: ‘De meest fundamentele ideeën van de wetenschap zijn in wezen eenvoudig en kunnen in de regel worden uitgedrukt in een taal die voor iedereen begrijpelijk is.’ Robbert Dijkgraaf  liet onlangs zien hoe je de relativiteitstheorie kunt begrijpen door de kern ervan te verhelderen, ook al kun je de wiskundige en natuurkundige nuances van de theorie echt niet overzien. (Wie wel, trouwens?)

Ideeën verbleken
Maar: er lijkt steeds vaker slechts één manier waarop ideeën kunnen worden verhelderd, en dat is via personen die een verhaal vertellen. Waarbij de personen erg veel aandacht krijgen en de ideeën, kwesties of discussies verbleken. Ze worden er te simpel van.

Vaker nog wordt de kern van een idee niet verhelderd, en zelfs niet versimpeld, maar eenvoudigweg verschoven. Goed voorbeeld daarvan is de uitleg van macro-economische processen. Met een verwijzing naar de huishoudportemonnee krijg je de kern van de macro-economie niet te pakken. Sterker nog, wie bijvoorbeeld overheidsfinanciën vergelijkt met huishoudelijke geldkwesties, neemt in feite al een politiek geladen standpunt in over de economie.

Ander voorbeeld: met een verhaal over Rijkman Groenink vertel je wel iets belangrijks over de verhoudingen tussen bestuurders, maar raak je echt niet de kern van wat er bij de banken misging.

Kortweg zijn er twee mogelijkheden bij het vertalen van complexe onderwerpen:

  1. Complexe onderwerpen kun je verhelderen, waardoor ze beter te begrijpen zijn. Dat vereist wel erg veel denkwerk, maar als het lukt, vind je een breder publiek – en ben je zelf ook iets wijzer geworden van je eigen onderwerp.
  2. Complexe onderwerpen kun je versimpelen. Dan wordt het onderwerp toegankelijker, maar versimpelen leidt ook vaak tot verschuiven. Vaak gaat dat gepaard met een switch naar een ander genre, bijvoorbeeld dat van het journalistieke verhaal. Gevaar is dat je de inhoudelijke kern van je onderwerp compleet verliest.

Ik vermoed dat Spivak weigerde te geloven dat haar ideeën in een interview verhelderd maar niet versimpeld en verschoven zouden worden. Heeft ze daarin gelijk? Ik weet het niet. Het lijkt me niet slecht als een filosoof op meerdere manieren, in meerdere talen, genres en media probeert te verduidelijken wat ze bedoelt – ondanks het gevaar dat er dan iets verandert of zelfs verloren gaat.

Blijft over het principiële probleem: zijn alle ideeën en onderwerpen te verhelderen zodat ze voor een gemiddeld opgeleid persoon te begrijpen zijn? Oók collateralized debt obligations en credit conduits? (De termen pik ik van Jesse Frederik die over dit onderwerp ook een column in De Groene schreef). http://www.groene.nl/artikel/dit-is-saai).

Of is het aannemelijker wat filosoof Hilary Putnam ooit zei over de complexe kanten van zijn vak: ‘Any philosophy that can be put in a nutshell, belongs in one.’ Daarover een andere keer.

(TD)