Voornaamwoord

Wat een verschillende boeken!’, dacht ik toen ik me oriënteerde op de vijf titels die de shortlist hadden gehaald van de Socrateswisselbeker 2019 voor het beste en meest urgente publieksboek over filosofie.

Als bekerwinnaar 2017 (met mijn Hersenbeest) ging ik de genomineerde auteurs interviewen in de Amsterdamse boekhandel Scheltema, en ik moest natuurlijk goede vragen verzinnen. Die diversiteit vond ik goed nieuws. Publieksfilosofie is kennelijk een breedtesport geworden.

Zo bleek geen enkele filosoof in de registers van alle genomineerde boeken voor te komen. Kant scoorde met vier (van de vijf) keer het beste. Daarna volgden Aristoteles en Arendt (ieder drie keer) en Nietzsche en Nussbaum (ieder twee keer). De boeken waren ook heel anders van toon. Van impressionistisch en bijna journalistiek (Thuis in muziek van Alicia Gescinscka), via serieus en bloemrijk (Het begin van de melancholie van Ben Schomakers) tot springerig en uitdagend (Over politieke correctheid van Gerben Bakker en Gert Jan Geling).

Na een tijdje stuitte ik toch op een overeenkomst: de auteurs bedienden zich allen van het woordje ‘wij’ – tenzij ze uitdrukkelijk over zichzelf praatten natuurlijk. In de zin van ‘wij denken dan dat…’, of ‘wij reageren daarop met ..’. Die ‘wij’ staat in zo’n zin op een impliciete manier voor ‘wij mensen’.

Zelf probeer ik het woordje ‘wij’ als schrijver zo veel mogelijk uit de weg te gaan. Het voelt voor mij al snel aanmatigend om te doen alsof ik namens ’ons’ kan schrijven. Geen idee immers wat andere mensen precies denken en voelen. Zij zouden wel eens heel anders in het leven kunnen staan dan ik (of jij).

Natuurlijk is de focus van een filosoof vaak nogal ruim, en de blik afstandelijk. Wij filosofen (hier kan de wij wel!) streven naar uitspraken die niet al te particulier zijn. En toch is het voor alle schrijvers (dus ook schrijvende filosofen) een goede oefening om bij elke neiging om ‘wij’ te gebruiken na te gaan of je die ‘wij’ echt wel voor je rekening kunt nemen.

Ik merk dat ik tegenwoordig vaak terugval op het voornaamwoord ‘je’, dat ik dan in algemenere zin gebruik (‘je zou kunnen denken dat..’). Zo’n ‘jij’ voelt voor mij opener. De lezer kan zich erdoor aangesproken voelen, of niet. Als lezer moeten constateren: “deze ‘wij’ gaat niet over mij” is veel gevaarlijker en bedreigender, en trouwens ook vervelender. Lijkt me. Ik probeer natuurlijk ook maar wat. Zoals zo vaak bij schrijven gaat het om het bewust proeven van de woorden. Waarna je beslissingen neemt waar een hele wereld achter zit. (MS)

Comments are closed.